Wat wil je later worden?

Loes (niet haar echte naam), rechter aan een Rechtbank ergens in Nederland, neemt ons mee in haar loopbaanpad. Een pad die haar heeft gebracht op en plek waar ze betekenisvol werk kan doen en haar liefde voor de wereld en verschillende culturen kan voeden.

Ik herinner mij dat als kind vaak aan mij werd gevraagd wat ik wilde worden als ik later groot was. Het is een aardig bedoelde, maar net zo’n niet te beantwoorden vraag als de vraag hoe je aan het eind van je reis denkt te zullen sterven. Het zet je wel aan tot denken naar waar je hart naar uitgaat. Waar ik als kleuter nog antwoordde dat ik `poetsvrouw’ wilde worden, omdat wij thuis een lieve hulp hadden, ontstond tijdens mijn puberteit de wens om iets internationaals te doen. Ik wilde de wereld ontdekken en mensen uit andere culturen leren kennen. Ik wilde iets voor de wereld betekenen. Er ontstond een vage gedachte dat de diplomatie of bij een internationale organisatie werken wel iets voor mij zou kunnen zijn.

Een brede basis

Een studie internationaal recht in combinatie met een studie Engels leek daarvoor een goede basis. Omdat ik al snel gek werd van het heen en weer racen tussen twee faculteiten en het combineren van de colleges, liet ik Engels voor wat het was en combineerde ik de studie internationaal recht met Nederlands recht om mijn opties open te houden. Mijn keuzevakken volgde ik op de scheidslijn tussen Nederlands en internationaal recht: mensenrechten, internationale economie, oorlogsrecht, vreemdelingenrecht en internationale betrekkingen.

Vol enthousiasme begon ik aan een stage bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken om de wereld van de diplomatie van dichtbij te aanschouwen. Ik leerde er al snel dat keuzes niet worden gemaakt op basis van wat in brede zin goed is voor de wereld, maar op basis van economische belangen en macht en dat dit niet de plek was waar ik mijn geluk zou gaan vinden en mijn moreel kompas zou kunnen volgen.

Intussen had ik een bijbaantje bij de Vreemdelingenkamer van de Rechtbank Amsterdam, waar ik meteen na mijn studie een baan aangeboden kreeg als rechterhand van de rechter. Niet mijn gedroomde baan, maar ik moest geld verdienen. En passant leerde ik snel tot de kern komen in een zaak, hoe rechters denken en werken, goed schrijven en werd ik stapelverliefd op een Kosovaarse tolk die ik tijdens een zitting langdurig in de ogen kon kijken. Door zijn ogen zag ik de andere kant van het vreemdelingenrecht, wat het betekent om gevlucht te zijn, een brug te zijn tussen twee culturen en van dichtbij maakte ik mee wat een oorlog, in dit geval de oorlog in Kosovo, voor impact heeft op het leven van mensen.

Ik wilde meer contact met mensen

Ik wilde meer contact met mensen en werd vreemdelingenadvocaat. Zo ontmoette ik mensen uit allerlei culturen, mensen met vele talenten en het gaf mij voldoening hen te kunnen helpen bij hun start in Nederland. Op enig moment kwam de vraag op of ik op termijn tot de maatschap wilde toetreden. Het benauwde mij om op 27 jarige leeftijd een keuze te moeten maken voor iets waar ik  lange tijd aan vast zou zitten. Verliefd, verloofd, getrouwd met dit leuke werk, maar ik wilde blijven groeien en mezelf blijven ontwikkelen, dus het werd tijd om mijn reis te vervolgen.

Door mijn eerdere ervaring bij de Rechtspraak wist ik dat je daar om de paar jaar iets anders moest gaan doen, moest blijven leren en niet vastgeroest te raken. Opeens leek dit een aantrekkelijke optie en tot mijn verbazing werd ik aangenomen als rechter in opleiding. Met veel liefde en toewijding werd ik door mijn omgeving gevormd tot rechter en belandde ik van het vreemdelingenrecht in het strafrecht, waar ik na enkele jaren als strafrechter te hebben gezeten, ook aan de voorkant als rechter-commissaris (een onderzoeksrechter) onderzoeken in strafzaken mocht doen. De spanning en het nooit weten wat er op een dag op je pad komt, het graven en ergens komen brachten mij veel voldoening, maar er kwam iets anders op mijn pad, namelijk de mogelijkheid om in Aruba als rechter aan de slag te gaan. Hoewel ik hield van wat ik deed, maakte mijn hart een sprongetje en wilde ik de kans om in een andere cultuur te wonen en werken niet laten lopen. Ik sprong in het diepe.

Een vreemde eend in de bijt

Ineens was ik de persoon die mij in een andere (werk)cultuur mijn plek moest zoeken op een wijze die bij mij paste, waar ik de vreemde eend (weliswaar een bevoorrechte eend, maar toch een eend) in de bijt was. Om ergens te komen moest ik mij aanpassen en tegelijkertijd dicht bij mijzelf blijven. Het was uitdagend en verrijkend, want ik leerde niet alleen veel over anderen, maar vooral veel over mijzelf.

Als je een boom uit de grond trekt en elders plant, dan duurt het even voor deze wortel schiet.

De boom moet de weg naar het water zien te vinden en toen ik het water eenmaal had gevonden, vond ik het wederom tijd om mijn reis te vervolgen en elders wortel te schieten.

Ik werd leidinggevende in de Rechtspraak en ging teams van rechters en ondersteuning leiden, terwijl ik tegelijkertijd als rechter inhoudelijk werk bleef doen. Ik deed dit onder andere bij het team van rechter-commissarissen. Buiten het feit dat ik veel leerde over mensen (wat hen drijft, wat hen blokkeert en wat dit met mij deed), verdiepte ik mijn inhoudelijke kennis. Ik ging onder andere de terrorismezaken doen en volgde in dat verband niet alleen cursussen over de wetgeving in dit verband, maar ook over radicalisering. Die cursussen hielpen mij de zaken in de praktijk beter te kunnen plaatsen.

Op dit moment leid ik een team familie- en jeugdrecht. Een groot team met veel organisatorische uitdagingen, maar ook nu ga ik boom lostrekken en verplaatsen naar elders. Er is een functie langsgekomen waarin alles samenkomt wat ik tot nu toe heb gedaan. Ik ga als rechter-commissaris onderzoeken doen naar genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.

Het Pippi Langkous-principe

Door mijn hart te volgen, te willen blijven leren, in het onbekende te durven stappen en te volharden, word ik nu wat ik vroeger onbewust later wilde worden. Een plek die bij mij past, waar ik betekenisvol werk kan doen, mijn moreel kompas kan volgen en mijn liefde voor de wereld en verschillende culturen kan voeden. Hoewel ik niet vooraf had bedacht welke stappen ik zou moeten doorlopen om hier te komen, heeft iedere stap in mijn carrière mij wel dingen geleerd, zonder welke ik niet zou kunnen gaan doen wat ik nu ga doen. En ook nu houd ik me vast aan het Pippi Langkous-principe: ik heb het nog nooit gedaan, maar ik denk dat ik het wel kan. Wie weet waar dit mij verder nog brengt, want mijn reis is nog niet afgelopen en ik geniet van de reis en niet perse de bestemming.

 

Tv-maker bestrijdt eenzaamheid

Tv-maker bestrijdt eenzaamheid

Ina Spijk is een documentairemaakster die haar bejaarde moeder steeds meer zag vereenzamen. Ze startte een project om haar moeder te helpen contact te maken met haar buren in het woon-zorgcomplex. Want al ben je nog zo gastvrij, zomaar een praatje aanknopen met iemand blijkt voor de meeste mensen toch moeilijk.

Generatie Z

Generatie Z

Vele werknemers die net begonnen zijn aan hun carrière, de jonge professionals uit de Generatie Z, voelen zich niet verbonden. Hoe kunnen wij ze helpen?

Ook een inspirerend verhaal?

Heb jij ook een inspirerend verhaal over jouw life changing moment? Neem contact op met Steven de Lira via steven@iseekme.com.

Share This